De Wwft en uw klant

In onze vorige nieuwsbrief (nr. 75) hebben we de werkingssfeer van de Wwft en Sanctiewet toegelicht. Uit de reacties is gebleken dat de adviseur vooral behoefte heeft aan een concrete vertaling naar zijn of haar adviespraktijk. Daarom richten we ons in deze nieuwsbrief op het cliëntenonderzoek en de UBO (uiteindelijk belanghebbende).

Cliëntenonderzoek of Klantonderzoek

Voordat een zakelijke relatie met een klant kan worden aangegaan, moet eerst worden onderzocht of de klant een mogelijk risico voor de onderneming vormt. Het gaat dan om het risico dat de onderneming door de klant mogelijk betrokken raakt bij witwassen en/of  terrorismefinanciering. De diepgang van het onderzoek mag variëren en kan worden afgestemd op de risicogevoeligheid van het type klant of zakelijke relatie. Het klantonderzoek moet  in alle gevallen worden gedaan en mag niet achterwege blijven. De financieel adviseur moet kunnen aantonen dat dit klantonderzoek is uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het klantonderzoek bepaalt de adviseur de risicocategorie van de klant en legt deze vast in het klantdossier.

Wat is een UBO?

Gaat een financieel adviseur een relatie aan met een zakelijke klant dan zal eerst de UBO moeten worden vastgesteld.  De UBO is de “ultimate beneficial owner” of uiteindelijk belanghebbende.

Het is verplicht om de identiteit van de UBO vast te stellen. De UBO is onder meer de persoon die :

  • een belang houdt van meer dan 25% in het kapitaal van de klant of
  • meer dan 25% van de stemrechten heeft in de klant of
  • feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in de klant of
  • een bijzondere zeggenschap heeft over 25% of meer van het vermogen van de cliënt.

In bepaalde specifieke gevallen kan een persoon of de personen behorend tot het hoger leidinggevend personeel worden genoteerd als UBO(s) (de ‘Pseudo-UBO’). Bijvoorbeeld als er op grond van aandelen, stemrecht of eigendom geen UBO te achterhalen is.

Vormen van cliëntenonderzoek of klantonderzoek  

Het cliëntenonderzoek is risico georiënteerd. Er zijn drie niveaus van cliëntenonderzoek. We beperken ons tot het eerste en tweede niveau. Voor de klanten met een laag risico op witwassen en terrorismefinanciering kan het vereenvoudigd onderzoek worden uitgevoerd:

  • de cliënt te identificeren en diens identiteit te verifiëren met een geldig paspoort, id bewijs of rijbewijs
  • de uiteindelijke belanghebbende te identificeren en diens identiteit te verifiëren
  • doel en beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen
  • de zakelijke relatie en zijn transacties te monitoren, eventueel onderzoek naar de bron van de middelen die bij de relatie of de transactie gebruikt worden
  • vast te stellen of de natuurlijke persoon die de cliënt vertegenwoordigt daartoe bevoegd is en deze persoon te identificeren en diens identiteit te verifiëren.

Een verscherpt cliënten onderzoek dient te worden verricht indien een zakelijke relatie of transactie naar haar aard een hoger risico vertegenwoordigt. Een verscherpt onderzoek moet bijvoorbeeld worden uitgevoerd wanneer de klant niet fysiek aanwezig is. Het onderzoek kan dan worden uitgebreid naar financiële informatie van de klant, zoals salarisbrieven, bankrekening en arbeidsovereenkomst.

Voor meer informatie over dit onderwerp, verwijzen we ook graag naar de informatie in de Q&A van de AFM (https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/veelgestelde-vragen/wwft-algemeen)

ATTENTIE:
Tekst gemaakt naar inzicht van 06 April 2020. Wft Assist  heeft bij het redigeren van deze tekst de nodige zorgvuldigheid betracht. Wft Assist is op geen enkele wijze verantwoordelijk voor schade die ontstaat als gevolg van onjuistheden in deze tekst. Op al onze werkzaamheden zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. U kunt onze Algemene Voorwaarden altijd vinden op onze website: www.wftassist.nl